Algemene leveringsvoorwaarden

1. Belangrijke opmerkingen
1.1 Voor alle leveringen van SHP Steriltechnik, hierna SHP genoemd, gelden uitsluitend de volgende leveringsvoorwaarden. Voor zover deze geen regeling bevatten, is de wet van toepassing. Algemene voorwaarden van de klant die afwijken van deze leveringsvoorwaarden of de wettelijke bepalingen worden uitdrukkelijk van de hand gewezen. Ze worden ook niet aanvaard bij de uitvoering van een overeenkomst, in het bijzonder bij de levering van goederen door SHP.
1.2 De schriftelijke orderbevestiging kan in de vorm van een factuur met de goederen worden verstrekt. 1.3 SHP controleert de aanwijzingen of specificaties van de klant waarop de offerte of de orderbevestiging is gebaseerd niet op juistheid. 1.4 Tenzij SHP er schriftelijk op wordt gewezen dat de klant alleen een bepaalde uitvoering van een product zal bestellen, wordt de in het kader van de technische ontwikkeling verbeterde uitvoering geleverd. 1.5 Tenzij SHP schriftelijk anders heeft bevestigd, levert zij binnen de toleranties die zijn toegestaan volgens de in de Bondsrepubliek Duitsland geldende technische normen, in het bijzonder DIN, VDE of soortgelijke normen.

2. Leveringen – Levertijd
2.1 Leveringen vinden plaats, tenzij schriftelijk anders is overeengekomen, “af fabriek” volgens de Incoterms 2020.
2.2 Alleen de door SHP in de orderbevestiging aangegeven levertijd is bindend.
2.3 De aanvang van een levertijd veronderstelt dat alle door de klant te verstrekken en voor de uitvoering van de overeenkomst benodigde documenten, materialen en informatie, alsmede alle eventueel vereiste goedkeuringen of vergunningen tijdig en met de vereiste inhoud en/of in de overeengekomen staat aan SHP zijn overhandigd.
2.4 Overmacht, arbeidsconflicten, onlusten, overheidsmaatregelen en andere omstandigheden waar SHP geen invloed op heeft, ontslaan SHP voor de duur van de storing en voor zover deze van invloed is, van haar leveringsverplichtingen. Dit geldt ook wanneer deze gebeurtenissen zich voordoen op een moment dat SHP al in verzuim is.

3. Verzuim
Indien het verzuim uitsluitend te wijten is aan lichte nalatigheid van SHP, haar wettelijke vertegenwoordigers of haar hulppersonen, en de klant een handelaar is, is vergoeding van de door de vertraging ontstane schade uitgesloten.

4. Overgang van risico – verzending
4.1 Als de klant het geleverde product afhaalt, gaat het risico van toevallige vernietiging en toevallige verslechtering over op de klant op het moment dat hij de mededeling ontvangt dat hij het kan afhalen.
4.2 Bij verzending gaat het risico (4.1) over op het moment dat SHP het product heeft geleverd aan de persoon die belast is met de verzending. Indien de levering vertraging oploopt om redenen die aan de klant te wijten zijn, gaat het risico over op de klant op het moment dat deze de mededeling ontvangt dat het product gereed is voor verzending.
4.3 Indien SHP de wijze van verzending, de verzendroute of de verzender kiest, is zij alleen aansprakelijk voor fouten bij de keuze.
4.4 Tenzij schriftelijk anders is overeengekomen, is het aan de klant om de goederen voor eigen rekening te verzekeren. SHP treedt in dit verband niet op in eigen naam, noch in naam van de klant.

5. Ontvangst van de goederen – klachtenplicht
5.1 Elke levering moet bij ontvangst of levering worden gecontroleerd op gebreken, beschadigingen en volledigheid. Klachten moeten onmiddellijk schriftelijk aan SHP worden gemeld.
5.2 Indien de klant een handelaar is, moet bij de vervoerder een schriftelijke vaststelling van de feiten worden gevraagd en moet na onmiddellijk overleg met SHP eventueel een averij-commissaris worden belast met het opstellen van een schadecertificaat. Garantie
SHP verleent garantie voor gebreken aan een product binnen 12 maanden na acceptatie door middel van nakoming achteraf of vervangende levering. De klant heeft niet het recht om een gebrek zelf te verhelpen en vergoeding van de daardoor ontstane kosten te eisen. Indien de door SHP uitgevoerde nakoming achteraf of vervangende levering mislukt, kan de klant de overige wettelijke garantierechten doen gelden.

7. Schadevergoeding
SHP betaalt schadevergoeding binnen de wettelijke grenzen bij opzettelijke of grove nalatigheid bij de contractonderhandelingen, bij het leveren van de contractueel overeengekomen prestatie of bij schending van contractuele verkeerszekerheids-, zorgvuldigheids- en nevenverplichtingen.
Indien door de plichtsverzuim van SHP het bereiken van het doel van de overeenkomst of het leven en de gezondheid van de klant concreet in gevaar wordt gebracht, is SHP bij lichte nalatigheid aansprakelijk voor schade die verzekerbaar is, tot het bedrag dat volgens het normale verloop van zaken kon worden verwacht. Schade als gevolg van bedrijfsstilstand en machineuitval bij de klant, alsmede zijn gederfde winst worden bij lichte nalatigheid niet vergoed. Contractuele boetes die de klant aan derden moet betalen, worden in geen geval vergoed.
SHP is in de bovengenoemde omvang ook aansprakelijk voor wettelijke vertegenwoordigers of uitvoeringsassistenten. De bovenstaande aansprakelijkheidsregeling is definitief.
Verdere aanspraken op schadevergoeding tegen SHP kunnen niet worden ingesteld. Dit geldt ook voor de onrechtmatige daad van SHP. Aanspraken op grond van de productaansprakelijkheidswet van 15 december 1989 blijven echter onverminderd van kracht.

8. Prijzen
8.1 Prijzen gelden “af fabriek” volgens de Incoterms 2020. De omzetbelasting wordt in het geldende tarief extra in rekening gebracht.
8.2 De prijzen zijn exclusief belastingen, heffingen, bijdragen of andere lasten, noch bijkomende kosten, zoals bijvoorbeeld verpakking, verzekering, vracht, rollgeld, opstelling, montage, inbedrijfstelling, enz.

9. Betalingen
9.1 Betalingen zijn onmiddellijk en zonder enige aftrek verschuldigd na ontvangst van de factuur. Aftrek van kortingen of rabatten behoeft in ieder geval voorafgaande schriftelijke overeenstemming.
9.2 Betalingen geschieden door overschrijving vrij van kosten aan de betalingsinstantie van SHP. De aanvaarding van cheques of wissels geschiedt slechts ter voldoening. Het accepteren van wissels behoeft voorafgaande schriftelijke toestemming en houdt geen uitstel van betaling in, tenzij uitdrukkelijk anders is overeengekomen.

10. Eigendomsvoorbehoud
10.1 SHP blijft eigenaar van de geleverde producten totdat de klant de vorderingen van SHP uit de tot dan toe gesloten overeenkomsten volledig heeft voldaan. Cheque- en wisselvorderingen en vorderingen uit lopende rekeningen of rekeningen-courant zijn hierin inbegrepen. Indien in verband met de betaling een wisselverplichting van SHP ontstaat, vervalt dit eigendomsvoorbehoud niet voordat een aanspraak van SHP uit de wissel is uitgesloten.
10.2 Voordat de bovengenoemde vorderingen van SHP volledig zijn voldaan, mag de klant de geleverde producten in het kader van een normale bedrijfsvoering blijven gebruiken, tenzij voor de in 10.3 vooraf aan SHP overgedragen vorderingen een verbod op overdracht met derden is of wordt overeengekomen. Verpanding of overdracht tot zekerheid behoeft de voorafgaande schriftelijke toestemming van SHP, voor zover haar rechten worden aangetast.
10.3 Ter verdere zekerheid van de in 10.1 genoemde vorderingen van SHP draagt de klant reeds nu zijn vorderingen, met inbegrip van die uit lopende facturen of rekeningen-courant, aan SHP over die hem uit een doorverkoop van de ongewijzigde of gewijzigde producten tegen zijn contractpartners of derden ontstaan. SHP aanvaardt deze overdracht. Dit gebeurt ter hoogte van de factuurwaarde, inclusief de omzetbelasting van de producten waarop de betreffende verkoop betrekking heeft.
10.4 De klant mag de overeenkomstig 10.3 vooraf overgedragen vorderingen in het kader van een normale bedrijfsvoering innen. De incassobevoegdheid machtigt de klant ook tot automatische incasso van de vorderingen, indien hij vooraf door middel van een overeenkomst met de bank heeft gewaarborgd dat de geldontvangsten niet onder het pandrecht van de banken vallen en hij te allen tijde aan zijn verplichting tot afdracht van de opbrengst aan SHP kan voldoen. Indien hij in verzuim raakt met de vereffening van zijn verplichtingen jegens SHP, vervalt deze incassobevoegdheid eveneens. Bij het vervallen van deze bevoegdheid is SHP gerechtigd de cessies openbaar te maken en van de klant alle gegevens en documenten te verlangen die nodig zijn voor de uitoefening ervan.
10.5 Zolang de geleverde producten eigendom zijn van SHP (10.1), vindt be- en verwerking waarbij een nieuw roerend goed wordt vervaardigd, ook in opdracht van SHP plaats, zonder dat SHP hierdoor op enigerlei wijze wordt verplicht. Hierdoor verwerft SHP een mede-eigendomsaandeel in het nieuwe goed. De hoogte van dit mede-eigendomsaandeel wordt bepaald naar rato van de waarde die de in het nieuwe product verwerkte voorbehoudsgoederen en de door de klant of derden ingebrachte goederen hadden op het moment van inbreng. De toegevoegde waarde door de veredeling blijft voorbehouden aan de klant. Het recht van de klant op verwerving van de eigendom van de voorbehouden goederen wordt voortgezet in het mede-eigendomsaandeel van SHP. De klant is bevoegd om over het mede-eigendomsaandeel te beschikken overeenkomstig de bovenstaande bepalingen.
10.6 Indien de realiseerbare waarde van de voor SHP bestaande zekerheden op grond van deze eigendomsvoorbehoudregeling alleen of samen met andere zekerheden de door SHP gedekte vorderingen met meer dan 10% overschrijdt, is SHP verplicht om zekerheden naar eigen keuze vrij te geven indien de klant dit verlangt.

11. Pandrechten
11.1 De klant en SHP komen overeen dat SHP op de zaken van de klant die in verband met de uitvoering van de overeenkomst in het bezit van SHP komen, een pandrecht heeft voor de bestaande of in de toekomst ontstane vorderingen van SHP die zij op grond van dezelfde rechtsverhouding jegens de klant heeft. Dit geldt ook voor een recht van de klant op verwerving van de eigendom.
11.2 De klant en SHP komen verder overeen dat SHP op de vorderingen van de klant op SHP uit de tot dusver gesloten en in de toekomst te sluiten contracten een pandrecht heeft voor de vorderingen van SHP op de klant die uit dit contract voortvloeien.
11.3 De dreiging van verkoop met termijn kan worden verzonden naar het laatst bekende adres van de klant, indien een nieuw adres niet door de burgerlijke stand kan worden vastgesteld. SHP kan het pand door onderhandse verkoop te gelde maken en de kosten van de geldeiging aan de klant in rekening brengen.
11.4 Indien de realiseerbare waarde van de voor SHP bestaande zekerheden alleen op grond van deze pandrechtregeling of samen met andere zekerheden de gewaarborgde vorderingen met meer dan 10% overschrijdt, is SHP verplicht om zekerheden naar eigen keuze vrij te geven indien de klant dit verlangt.

12. Verrekening – Retentie
12.1 De klant kan alleen verrekenen met onbetwiste of rechtsgeldig vastgestelde vorderingen.
12.2 De retentierechten volgens § 273 BGB en §§ 369 e.v. HGB komen de klant alleen toe voor zover de vordering waarop deze rechten zijn gebaseerd, berust op dezelfde rechtsverhouding als de vordering van SHP. Deze beperking is niet van toepassing indien de tegenvorderingen van de klant onbetwist of rechtsgeldig zijn vastgesteld. De klant heeft geen recht op voldoening overeenkomstig § 371 HGB (Duits Wetboek van Koophandel).

13. Bevoegde rechtbanken
13.1 Indien de klant een handelaar is of geen algemene bevoegde rechtbank in Duitsland heeft, is Magdeburg de overeengekomen bevoegde rechtbank, ook voor vorderingen uit cheques en wissels.
13.2 SHP heeft echter het recht om rechtsbescherming te zoeken bij elke andere rechtbank die volgens het recht van de Bondsrepubliek Duitsland of van het land waar de klant zijn zetel heeft, bevoegd is voor het betreffende geschil.

14. Overige bepalingen
14.1 De plaats van uitvoering voor de betalingen van de klant is de statutaire zetel van SHP.
14.2 Indien een of meer bepalingen van deze algemene voorwaarden geheel of gedeeltelijk ongeldig zijn of worden, heeft dit geen invloed op de geldigheid van de overige bepalingen.
14.3 Het recht van de Bondsrepubliek Duitsland is van toepassing, met uitsluiting van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende zaken van 11 april 1980 en het Duitse collisierecht. Een verwijzing naar een ander rechtsstelsel is niet relevant.